|
Ondernemingen > De
aansprakelijkheidsverzekeringen.
De verschillende
verzekeringen Burgerlijke Aansprakelijkheid
1
De verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid Uitbating.
2
De verzekering Productaansprakelijkheid en Burgerlijke Aansprakelijkheid
na levering.
3
De verzekering Objectie Burgerlijke Aansprakelijkheid bij schade door
brand of ontploffing.
4
De verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid van Sociale Mandatarissen.
De
verzekeringen die onder deze rubriek vallen, beschermen het vermogen van
de onderneming tegen de vorderingen tot schadevergoeding en interesten
die worden ingesteld door derden voor de burgerlijke instanties.
Zij
situeren zich in de volgende juridische context:
A
Opdat
er aansprakelijkheid zou zijn, dienen er drie elementen verenigd te zijn:
-
een
fout
-
een
schade
-
een
oorzakelijk verband tussen de fout en de schade
B
Een
onderscheid dient gemaakt te worden tussen:
| BURGERLIJK
RECHT |
STRAFRECHT |
|
waarvan het
doel erin bestaat |
| EEN
SCHADE TE HERSTELLEN |
EEN
SCHULDIGE TE BESTRAFFEN |
|
en die
aanleiding geeft tot |
| BURGERLIJKE
AANSPRAKELIJKHEID |
STRAFRECHTELIJKE
AANSPRAKELIJKHEID |
Extracontractuele
(men spreekt tevens over
aquiliaanse of quasidelictuele)
Art. 1382 tot 1386 bis
Burgerlijk Wetboek |
Contractuele,
die haar oorsprong vindt in een voorafbestaand contract.
Contract geldt als wet
tussen de partijen |
Strafbare
daad. |
| Verzekering
toegelaten door de wet |
Verzekering
is verboden bij wet |
1
De
Verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid Uitbating.
Deze
dekt de geldelijke gevolgen die voortvloeien uit extracontractuele schade
die foutief door de onderneming in de uitoefening van haar bedrijvigheid
aan derden werd veroorzaakt.
Een
nauwkeurige omschrijving van de aard van de activiteiten van de
onderneming is noodzakelijk.
Voldoende
hoge bedragen dienen te worden verzekerd, zowel voor de lichamelijke
als voor de materiële schade, alsmede voor de gevolgschade.
De
aandacht van de onderneming dient tevens te worden gevestigd op meer
nauwkeurige behoeften zoals:
-
de
dekking van "toevertrouwde voorwerpen" (het betreft een
uitbreiding naar een vorm van burgerlijke, contractuele
aansprakelijkheid
-
de
dekking van zuiver immateriële schade
-
het
lenen van aangestelden of van materieel
-
de
burgerlijke aansprakelijkheid "Lastgever"
-
de
dekking "Rechtsbijstand"
Deze
verzekering is onontbeerlijk en dient voorrang te krijgen.
2
De verzekering Productaansprakelijkheid en Burgerlijke Aansprakelijkheid
Na Levering.
Deze
verzekering heeft tot doel de burgerlijke aansprakelijkheid, die de
onderneming kan treffen ten gevolge van schade veroorzaakt aan derden
wegens geleverde goederen of uitgevoerde werken, te dekken. Het betreft
het chronologische gevolg van de Burgerlijke Aansprakelijkheid
Uitbating.
Deze
verzekering dekt dus de schade na de levering van de producten of de
uitvoering van de werken, geleden door derden, doch ontstaan door
vergissingen of gebreken gepleegd tijdens de conceptie, fabricatie,
voorbereiding, uitvoering, conditionering en voorstelling van producten of
gedurende het plaatsen van installaties of na uitvoering van de werken.
Het
spreekt voor zich dat de schade aan derden, als gevolg van de
geleverde zaak of het uitgevoerde werk, gedekt is, maar niet de schade
aan de geleverde zaak zelf of aan de werken zelf. Dit laatste verlies
blijft ten laste van de onderneming.
De
grootste aandacht dient te worden besteed aan:
-
de
overeenstemming van deze verzekering met de Europese richtlijn van
25.07.85 en met de wet van 25.02.91 met betrekking tot de
aansprakelijkheid wegens gebrekkige producten
-
de
dekking van de schades "anteriori" en
"posteriori"
-
de
draagwijdte en de formulering van de clausules betreffende de
uitsluitingen (opgepast voor de producten geleverd aan USA en
Canada)
-
de zuiver
immateriële schade en aan de immateriële schade als gevolg van een
niet gedekte materiële schade
-
de
problematiek van de kosten om een product uit de markt te halen
-
de kosten van
plaatsing en herplaatsing

3
De verzekering Objectieve Burgerlijke Aansprakelijkheid bij schade door
brand of ontploffing.
Deze
“verplichte” verzekering vloeit voort uit de wet van 30 juli 1979
(in uitvoering gebracht op
1 maart 1992).
Ze
houdt in dat een derde die schade ondervindt, veroorzaakt door brand of
ontploffing in een inrichting die voor het publiek toegankelijk is, de
uitbater van deze inrichting verantwoordelijk kan stellen voor de
geleden schade zonder dat hij welke fout dan ook in hoofde van deze
uitbater moet bewijzen.
De
uitbater van een dergelijke inrichting zal dus altijd gehouden zijn de
door derden geleden lichamelijke en stoffelijke schade te vergoeden,
zelfs indien hij geen enkele fout heeft begaan waardoor de brand of de
ontploffing is ontstaan.
De
wet beperkt deze objectieve aansprakelijkheid tot:
-
€ 15.000.000 voor
de lichamelijke schade
-
€ 750.000 voor de
stoffelijke schade
Deze
beperking is van toepassing per schadegeval, onafhankelijk van het
aantal slachtoffers.
Om
de controle te vergemakkelijken heeft men voorzien dat de verzekeraar,
bij het afsluiten van de verzekering, een attest aflevert aan de
verzekeringsnemer. Een duplicaat van dit attest moet opgestuurd worden
door de uitbater aan de burgemeester van de gemeente waar de inrichting
is gevestigd.
Hierna
volgt de lijst van de betrokken inrichtingen:
-
dancings,
discotheken en alle openbare gelegenheden waar gedanst wordt
-
restaurants,
frituren en drankgelegenheden, wanneer de totale voor het publiek
toegankelijke oppervlakte ten minste 50 m2 bedraagt
-
hotels
en motels met ten minste 4 kamers en die ten minste 10 klanten
kunnen ontvangen
-
kleinhandelswinkels
waarvan de verkoopruimte en de aanpalende opslagruimte een totale
oppervlakte van ten minste 1000 m2 hebben
-
jeugdherbergen
-
artistieke
cabarets en circussen
-
bioscopen
en theaters
-
casino’s
-
culturele
centra
-
polyvalente
zalen voor ondermeer voorstellingen, openbare vergaderingen en
sportmanifestaties
-
sportzalen
-
schietstands
-
stadions
-
handelsbeurzen
en tentoonstellingszalen
-
gesloten
kermisinstallaties waarvan de totale voor het publiek toegankelijke
oppervlakte ten minste 100 m2 bedraagt
-
opblaasbare
structuren
-
handelsgalerijen
waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte gelijk
is aan of groter is dan 1000 m2
-
pretparken
-
ziekenhuizen
en verzorgingsinstellingen
-
serviceflatgebouwen,
woningcomplexen met dienstverlening en rusthuizen voor bejaarden
-
inrichtingen
voor onderwijs en beroepsopleiding
-
kantoorgebouwen
waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten
minste 500 m2 bedraagt
-
stations,
het geheel van metronetwerken en luchthavens
-
gebouwen
voor de uitoefening van erediensten, waarvan de totale voor het
publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 1000 m2
bedraagt
- gebouwen
van de Hoven en de Rechtbanken

4
De Verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid van Sociale Mandatarissen.
Deze
kan onder andere betrokken worden op grond van de volgende hypotheses:
-
Algemene
Aansprakelijkheid van gemeen recht (extracontractuele
aansprakelijkheid art.1382 en 1383 B.W.)
Het
betreft de aansprakelijkheid van eenieder die door zijn fout schade
heeft veroorzaakt. De vordering kan worden ingesteld door iedereen.
-
Aansprakelijkheid
van de lasthebber (contractuele aansprakelijkheid).
Artikel 527
Venn.W.: de bestuurders zijn verantwoordelijk voor de fouten begaan
tijdens hun beheer.
-
Bijzondere
Aansprakelijkheid (zowel contractuele als extracontractuele
aansprakelijkheid).
Deze
bijzondere aansprakelijkheid wordt ingevoerd door artikel 528
Venn.W. en kan zowel door derden als door de aandeelhouders
worden ingeroepen in geval van inbreuk op de statuten of op Venn.W.
In dergelijk geval zijn de bestuurders solidair aansprakelijk,
behalve indien zij kunnen bewijzen dat zij geen verband hebben met
de gepleegde fout en dat zij deze fout hebben medegedeeld tijdens de
hierop volgende algemene vergadering.
-
Aansprakelijkheidsverzwaring.
Artikel
530 Venn.W. stelt dat in geval van faillissement met ontoereikend
actief een verzwaarde aansprakelijkheid ingevoerd wordt voor
kennelijk grove fout.
De
verzekeringsmarkt biedt de mogelijkheid om het privé-vermogen van de
sociale mandatarissen te beschermen tegen het merendeel
van mogelijke verhalen van
derden, van aandeelhouders of van curatoren. |